Hoe gaat het met het Kustlaboratorium?

Het Kustlaboratorium stelt ondernemers in staat om te experimenteren met zilte teelt. Zeekraal, zeevenkel, luzerne, gerst of oesters: het zijn voorbeelden van teelten in Waterdunen. Al een paar jaar zijn een aantal ondernemers bezig in Waterdunen. Waar zijn ze mee bezig geweest, welke uitdagingen kwamen ze tegen en wat zijn ze komend jaar van plan? Nick Sinke, Jean Dhooge en Ielco en Hans Buijze vertellen er graag meer over.

Zilte groenten en kruiden planten

Nick is al zo’n drie jaar aan het experimenteren met zilte teelt. Het afgelopen jaar is hij druk bezig geweest om zijn zilte teelt methode te perfectioneren. Met deze methode bepaalt hij of groenten zoals zeevenkel, echte lamsoor, zee-asters, zeekraal en zeemelde beter kunnen worden geplant of gezaaid. Hiervoor heeft hij verschillende tests en proeven uitgevoerd op zijn boerderij Biosfeer in Groede. Zo kijkt hij niet alleen naar de locatie, maar ook naar de beste manier waarop de planten groeien. ‘Naast zeekool leggen we bijvoorbeeld stenen neer om warmte op te vangen. Als de zon schijnt warmen de stenen op en geven ze warmte door aan de wortels in de grond.’ Daarnaast heeft hij een slangenmuur opgezet. Deze muur, gemaakt van hout, steen of palen slingert een beetje. In de inhammen zijn vervolgens verschillende groenten gezaaid. In de lussen ontstaat een microklimaat en groeit de groente anders dan in een open veld. Een vlekkenplan De resultaten van de testen zorgen ervoor dat Nick nu weet waar hij het beste groenten kan planten of zaaien. Komende periode brengt hij deze uitkomsten nog verder in kaart met een soort vlekkenplan als resultaat. De voorbereiding om het gebied te leren kennen is van groot belang voor het behalen van succes. ‘Je kunt het vergelijken met de techniek van een voedselbos. We bedenken goed waar we wat gaan planten, voordat we echt beginnen. Hiervoor houdt hij ook het weer nauwlettend in de gaten. Hoewel mooi zonnig weer fijn is als de planten eenmaal in de grond zitten, wacht hij op een moment dat het wat langer lekker nat is. ‘Wanneer het veel regent is de grond meer zoet dan zout, dat geeft de planten tijd om zich aan te passen aan het zilte milieu, legt Nick uit. Proeven Bezoekers kunnen onder leiding van een gids van stichting Het Zeeuwse Landschap (HZL) tussen de zilte teelt-percelen wandelen. ‘HZL-gidsen mogen de bezoekers ook aanbieden om een stukje lamsoor te proberen. Ik vind het belangrijk dat de mensen niet alleen zilte teelt zien staan, maar ook weten wat het is en het verschil proeven. De smaak is veel sterker en scherper dan lamsoor uit de supermarkt’. Zeekraal is het eerste dat hij dit jaar zal oogsten, hij hoopt dat dit in juni kan. Het kan daarna zo maar zijn dan het op de menukaart van de lokale restaurants in Zeeuws-Vlaanderen staat. Hoewel lamsoor dit jaar ook al geoogst kan worden, laat hij dat nog even staan. Zo vermeerderen de planten uit zichzelf. De opbrengst van de oogst is niet zijn eerst parameter om te kijken of het succesvol is. ‘Het gaat mij om wat je doet en hoe je de totale teeltgronden optimaal kan laten functioneren, in een grote biodiversiteit.

Oesters kweken in Waterdunen

Jean heeft in de afgelopen periode veel basiskennis opgedaan over het gebied en weet nu de “go’s and no go’s”. Net zoals Nick gebruikte hij de afgelopen periode om zijn kweektechnieken uit te proberen, te onderzoeken en monitoren. Zo voerde hij testen uit met platte en creuse oesters. ‘We kweekten bijvoorbeeld platte oesters op de bodem van de oestergeul. Dit was echter geen succes. Het kweken van creuse oesters op ‘oestertafeltjes’ boven de bodem bleek daarentegen wel succesvol. Vervolgens bekeken we wat dan de juiste hoogte zou kunnen zijn en voerden daarvoor diverse proeven uit,’ licht Jean toe. Samen met de Hogeschool Zeeland namen ze in het afgelopen jaar verschillende kweektechnieken onder de loep. Aanpassen aan de natuur Eén van de leukste dingen aan ondernemen in Waterdunen vindt Jean het feit dat het nog echt pionieren is. ‘Het zilte water maakt het mogelijk dat we nu achter de dijk ook oesters kunnen kweken. Dat is iets unieks. Alles is nieuw en nog steeds in verandering. Hierdoor moeten we ons steeds aanpassen aan de omstandigheden van de natuur’, vertelt Jean. Daar zit tegelijkertijd ook nog wel een grote uitdaging. Het gebied verandert dagelijks en het getij is nog niet helemaal stabiel. Dat zorgt er ook voor dat Jean regelmatig zijn kweek moet aanpassen en flexibel moet zijn. Een andere uitdaging is dat het tijd kost om kennis op te doen. Studenten van de Hogeschool Zeeland ondersteunen Jean bij zijn onderzoeken en voorzien hem van nieuwe informatie om zo zijn kweektechnieken aan te passen. Uit proeven blijkt bijvoorbeeld dat het meeste voedsel in het bovenste gedeelte van de waterkolom zit. Om hier beter op in te kunnen spelen gaan ze daarom dit jaar met drijvende systemen werken. Bezoekers zien het komende jaar ook tijdens vloed drijvende systemen liggen in de Oestergeul. Wanneer het laag water is, komen de verschillende manden en zakken met oesters tevoorschijn. Deze testopstellingen liggen er al een poosje en blijven voorlopig ongewijzigd. Kwalitatieve oesters kweken De ambitie van Jean is om mooie kwalitatieve oesters te kweken en te verkopen aan de lokale horeca en oesterliefhebbers. Voorlopig staan de oesters echter nog niet op de menukaart, ze mogen nog niet geoogst worden voor consumptie. Dit jaar zal dan ook in het teken staan van testen voor de voedselveiligheid. Maar wanneer ze eenmaal gereed geconsumeerd mogen worden, dan zijn ze zeker anders van smaak dan de oesters uit de Oosterschelde of het Grevelingenmeer.

Van koolzaad naar tarwe en gerst

Ielco en Hans Buijze zijn vorig jaar begonnen met het zaaien van gerst, luzerne en koolzaad. Dat zijn nog geen zilte gewassen, hiervoor moeten Ielco en Hans nog even geduld hebben: het perceel waarop zij gewassen telen is nog niet ingericht. Dat er nu toch geteeld wordt heeft als doel om de bodem goed te leren kennen om later over te schakelen naar andere gewassen. Ielco en Hans hebben gemerkt dat ondernemen in een natuurgebied uitdagingen met zich meebrengt. Zo wisten vogels de akkers goed te vinden. ‘Dit zagen we vooral bij het koolzaad, vogels hebben veel schade aangericht aan de planten, waardoor er weinig van de plant overbleef en deze het helaas niet overleefde. De oogst van luzerne gebruiken we momenteel volop – zoals ook de bedoeling was – voor het veevoer voor onze runderen’. Met gerst hadden de heren plannen om bier te brouwen, maar dat blijft nog even een ambitie voor in de toekomst. Uitdagingen Toch is het eerste jaar niet tegen gevallen. 'De vogels en het onkruid wieden waren wel uitdagingen waar we tegen aan liepen. Je moet op zoek naar een nieuwe manier om deze uitdagingen op te lossen. Dat vraagt soms enige creativiteit en nieuwe investeringen. Zo hebben we de ouderwetse vogelverschrikker terug in het leven geroepen en hebben we geïnvesteerd in een nieuwe onkruidmachine’, vertelt Hans. Het opdoen van nieuwe ervaringen en kennis is iets wat hij leuk vindt aan het ondernemen in Waterdunen. ‘Je bent bezig met pionieren en wilt graag een mooi product op de kaart te zetten.’ Nieuw gewas Dit jaar wordt de koolzaad vervangen door tarwe. Luzerne is vorig jaar al gezaaid en hoeft niet opnieuw gezaaid te worden. ‘Luzerne is een gewas dat je zo’n 2 tot 3 jaar kan laten staan. Dit gewas zuivert daarnaast stikstof uit de lucht en slaat dit op als eigen voedingsbron. Luzerne beschikt over een sterk wortel stelsel waardoor het onkruid het niet van de plant kan winnen en ook droge periodes een minder groot probleem zijn’, legt Hans uit. Gerst en tarwe worden dit jaar (op)nieuw gezaaid.. Op dit moment zien de bezoekers in Waterdunen nog weinig van deze planten. ‘We wachten eigenlijk op de regen. De omstandigheden zijn relatief goed om te zaaien, maar zonder een buitje regen voordat we de gerst en tarwe gaan zaaien, zal er niets groeien. Tegen juni zullen bezoekers een veld met paarse bloemetjes van de luzerne zien staan en grote rijen met tarwe en gerst. Ook dit jaar is de oogst nog hoofdzakelijk bedoeld voor hun eigen runderen. Uiteindelijk hopen beide heren samenwerkingen met lokale ondernemers en partijen, zoals een brouwerij of een bakker op te kunnen zetten.